lettergroot vergrotenlettergroot verkleinen

Vol verwachting klopt ons hart: Sinterklaas en archeologie


Eigenlijk lijkt Sinterklaas best wel op archeologie. Bij de Sint heb je een verlanglijstje gemaakt, dus je weet wel een beetje wat je kunt verwachten. Maar wat je precies krijgt en hoeveel, dat is afwachten. Bij de archeologie is het net zo: er is vooronderzoek geweest, dus weet je wat er ongeveer in de grond zit. Maar toch is het elke keer weer een verrassing, wat er nu daadwerkelijk aan sporen en vondsten voorbij komt.

Ik weet nog als de dag van gisteren dat het veldwerk van start ging, half juli. Vol verwachting klopte ons hart: wat zou de archeologie van vindplaats 11 gaan brengen? Het vooronderzoek had de aanwezigheid van Steentijdsporen voorspeld, vooral veel vondsten en sporen uit de Bronstijd en IJzertijd, en in mindere mate Romeinse tijd en een beetje Middeleeuwen. Op deze voorspelling gebaseerd werd afgesproken dat we enkele zaken zeer grondig zouden aanpakken, en andere dingen maar een beetje: we gingen op zoek naar de Bronstijd en IJzertijd en alle mogelijke soorten onderzoek worden op de vondsten / sporen van die periode losgelaten. Romeinse tijd zouden we een beetje doen wanneer het in de werkputten zou komen, maar we zouden er niet hard naar zoeken. Steentijd en Middeleeuwen zouden we nauwelijks onderzoeken, als er geen zeer uitzonderlijke zaken naar boven kwamen.

De ArcheoSint had toch wel enkele markante verrassingen voor ons in petto. De opbouw van lagen bleek anders dan op basis van het vooronderzoek was voorspeld. De kwaliteit van de Bronstijdsporen was minder hoog dan verwacht en het aantal vondsten gering. Maar op het gebied van de IJzertijd pakte ArcheoSint flink uit: goede boerderijplattegronden (enkele voorzien van compleet aardewerk in de paalkuilen), bijgebouwen en erven met kuilen waarin soms meer dan 600 scherven werden gevonden. Ook ‘natte archeologie’ was aanwezig: drenkkuilen en waterputten waarin zaden goed bewaard waren, zodat we na laboratoriumonderzoek zullen weten wat er groeide en bloeide en wat men voor granen de bewoners van deze nederzetting aten. Ook op het gebied van de Romeinse tijd, waar we eigenlijk niet de nadruk op hebben gelegd, kwamen mooie boerderijen, waterputten en veel importaardewerk tevoorschijn.

De echte Sint is pas net in ons land aangekomen, maar de ArcheoSint heeft vindplaats 11 verlaten – het veldwerk is ten einde. Dank u Sinterklaasje voor alle goede resultaten. Op enkele aspecten minder dan verwacht, maar voor de IJzertijd boven verwachting! Tijd voor archeologen om naar binnen te gaan en alles op te schrijven. Wanneer de resultaten van vindplaats 11 in verband worden gebracht met IJzertijdvondsten elders in Wijchen en Nijmegen, kunnen we een heel mooi beeld schetsen hoe men in deze regio leefde van 750 voor Chr. tot 150 na Chr. Best wel oud: in die periode bestond Sinterklaas nog niet!