lettergroot vergrotenlettergroot verkleinen

steentijd


Fragment van een geslepen bijl van het zogenaamde Lousbergvuursteen. De lijn geeft de oorspronkelijke vorm van de bijl aan.

In de steentijd gebruikte men nog geen metaal. De mensen maakten in die tijd daarom werktuigen van steen, hout, gewei en bot, en ze gebruikten huiden en ingewanden van dieren voor huishoudelijke zaken. Scherven van vuursteen zijn harder en scherper dan staal. Van vuursteen maakten de mensen daarom mesjes, sikkels, dolken, bijlen en schrapers.

Oude steentijd
In Bijsterhuizen vonden archeologen vuursteen uit de oude steentijd (paleolithicum), de periode 35.000 tot 8.800 jaar v.Chr. Door de eeuwen heen ontwikkelden mensen de bewerkingstechniek van vuursteen. Daardoor kunnen specialisten aan de hand van de verschillende vormen van vuursteen de vondsten dateren. In de oude steentijd deden verschillende menssoorten hun intrede in Nederland. Eerst kwamen de Neanderthalers en daarna de Homo Sapiens, de moderne menssoort. De Neanderthaler stierf uit en de Homo Sapiens bleef achter. Beide menssoorten leefden van de jacht en het verzamelen van groenten, vruchten en noten. Ze waren afhankelijk van het wild waarop ze jaagden en de eetbare planten in de omgeving. De mensen woonden nooit permanent op één plek, maar trokken verder als voedselbronnen uitgeput raakten. Gunstige plekken om te wonen waren vaak de overgangen van de hoge en droge gebieden naar de natte gebieden, waar veel verschillende plantensoorten te vinden waren.

Scherf van een klokbeker gevonden in Bijsterhuizen

Middensteentijd
Ook uit de middensteentijd (mesolithicum) vonden archeologen in Bijsterhuizen vuursteen. Enkele vondsten lagen verspreid over de opgraving, maar bijzonder was een concentratie vuursteen: kleine stukjes vuursteen lagen op een hoopje bij elkaar. Al snel bleek dat twee van deze stukjes aan elkaar pasten. Het bewerken van vuursteen is namelijk een techniek waarbij je kleine stukjes van een groot stuk vuursteen afslaat met een andere steen. Dat deze stukjes aan elkaar pasten betekent dat millennia geleden hier op deze plek mensen hun eigen vuurstenen werktuigen maakten. De middensteentijd is de overgangsfase van jagen/verzamelen naar een boerenbestaan. Bijsterhuizen lag in deze periode in een dynamisch en waterrijk landschap waar de mensen konden jagen en vissen.

Late steentijd
De late steentijd (neolithicum) is een periode waarbij de mensen vooral leefden van landbouw en veeteelt. Pas in de late steentijd beginnen mensen ook aardewerk te maken en te gebruiken. In de omgeving van Bijsterhuizen zijn veel archeologische vindplaatsen uit de late steentijd bekend (75 in de gemeente Wijchen). Deze vindplaatsen liggen op vroegere rivierduinen. Dit waren hoge en droge plekken niet ver van de rivier, en dus aantrekkelijk om op te wonen. De vindplaats in Bijsterhuizen ligt ook op de top van een oude rivierduin. De voet van het duin was geschikt voor akkerbouw, doordat de grond hier wat vochtiger was dan op de top van het duin.

Veluwse klokbeker

Vondsten en sporen uit de late steentijd die de archeologen in Bijsterhuizen ontdekten, komen uit de latere fase van het neolithicum. Door de versiering op het aardewerk dat de archeologen hier vonden, konden specialisten verschillende typen en verschillende perioden onderscheiden. Zo weten we dat mensen zich hier vestigden tijdens de  klokbekercultuur en dat hier nog steeds mensen woonden tot in de vroege bronstijd. In de omgeving van Bijsterhuizen waren in de periode van de klokbekercultuur meer nederzettingen. Op de hoge plateaus in Nijmegen-Oost is een grafveld met grafheuvels uit deze periode gevonden en in het centrum van Nijmegen en aan de Hazenkampseweg lagen resten van graven. Aan de Kraanvogelstraat en aan de Suikerbergseweg in Wijchen was een nederzetting. En bij de Randweg Noord (in Wijchen-Noord) en aan de Kleine Kamp in het oostelijke deel van Bijsterhuizen lagen grafvelden uit deze periode. Archeologen vonden hier complete klokbekers (zie ook: complete klokbeker gevonden in Ede-Bennekom). Deze werden in de late steentijd aan de doden meegegeven of als urn gebruikt.

Naast vondsten van aardewerk en vuursteen vonden archeologen in Bijsterhuizen ook enkele grondsporen. Het gaat om enkele kuilen in een lager gelegen gebied. In deze kuilen lagen vuurstenen, die de archeologen konden dateren in de late steentijd. De kuilen zijn waarschijnlijk gebruikt om water uit te kunnen halen. Op de top van het oude duin vonden de archeologen geen sporen (wat niet wil zeggen dat hier geen huizen hebben gestaan). In de lager gelegen gebieden naast het duin was het makkelijker om naar grondwater te graven en hier water uit te halen voor dagelijks gebruik.

Archeologen vonden ook een stuk van een geslepen bijl, gemaakt van het zogenaamde Lousbergvuursteen (zie afbeelding bovenaan de pagina). Deze vuursteensoort komt uit een groeve in Aken (Duitsland) en wordt gekenmerkt door chocoladebruine vlekken op de buitenkant.  Ook op Kleine Kamp in Oost-Bijsterhuizen werd Lousbergvuursteen gevonden. Dit betekent dat de bewoners van Bijsterhuizen handelscontacten onderhielden die (in ieder geval) liepen tot aan Aken.

Pijlpunt uit de periode van de klokbekercultuur, gevonden in Bijsterhuizen